Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Blauwe Oorfazant was de vroegst bekende van dit geslacht. Hij is 110 cM. lang, de staart is 50 cM. lang. De kop is van boven met zwarte, fluweelachtige veeren als met een kap bedekt; de keel en de „ooren" zijn wit; de naakte plek om de oogen is hoog rood, het oog bruin, de snavel roodachtig. De kleine veeren zijn blauwachtig aschkleurig, de slagpennen zwart, de staartpennen aan den wortel wit, overigens metaalachtig blauw, de middelste iriseerend.

Deze vogel bewoont de hooge gebergten van Thibet en China.

8. De langoorige fazant van Thibet. (Cros. t/iiM/ianum).

Zijn gevederte is zwart en grijs, een witte halskraag vormt tegelijk de verlenging zijner ooren. De staart is lang en bont gestreept. Ook deze fazant is gemakkelijk te accliinatiseeren en plant zich in den gevangen staat gemakkelijk voort. Toch is hij minder bekend en bijna uitsluitend in dierentuinen te vinden.

9. Het Saté. rli oen (Ceratornis satjjra) behoort tot het geslacht der II oren fazant en (Ceratornis), zoo genoemd, omdat de kop van den Haan voorzien is van twee „hoorntjes uitwassen van de huid, die opgericht kunnen worden en dan boven of achter den kop uitpuilen; zij ontspringen aan den achterrand van de naakte plek die het oog omgeeft, waarvan zij als 't ware een voortzetting vormen. Deze plek strekt zich bovendien uit over de wangen en tot aan de onderkaak, hangt van voren samen met een naakte, voor opzwelling vatbare plek aan de keel en loopt naar beneden aan weerszijden uit in een groote lel. Den aanzienlijksten omvang en de levendigste kleuren hebben deze huidaanhangsels, die door aandrang van bloed naar

Sluiten