Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pooten zoo ver mogelijk uit; gewoonlijk bereiken zij op (leze wijze den vasten wal. Hier loopen zij echter aanvankelijk rond, alsof zij verdoofd zijn en verliezen de voorzichtigheid, waarvan zij in andere omstandigheden zoo groote blijken geven, zoover uit het oog, dat zij den jager gemakkelijk in handen vallen. Als de kalkoenen in eene streek komen, die hun voldoende voedsel kan opleveren, ziju zij gewoon zich in kleinere troepen te verdoelen, waarin ouden en jongen dooreengemengd zijn. Dit geschiedt gewoonlijk in het midden van November. Later in den tijd komt het wel voor, dat zij, afgemat door de reis, zich naar de boerderijen begeven, en zich bij de huishoenders voegen om met deze voedsel te zoeken.

Tegen het midden van Februari begint de voortplantingstijd. Als een wijfje haar loktoon laat hoorei), antwoorden alle hanen in de buurt met snel opeenvolgende, rollende geluiden. Als de loktoon van den grond komt, vliegen alle onmiddellijk naar beneden, zetten, zoodra zij den bodem bereiken, onverschillig of het wijfje zichtbaar is of niet, den staart waaiervormig op, buigen den kop naar achteren, totdat hij tusschen de schouders ligt, laten de vleugels hangen en geven door de zonderlinge standen en geluiden, die wij van de tamme kalkoenen gewoon zijn te zien en hooren, hun opgewoiidenheid te kennen. Niet zelden geraken twee mannetjes dan met elkander in strijd en vechten zoo hevig, dat een van hen er het leven bij inschiet.

Tegen het midden van April zoekt de hen een geschikte, zooveel mogelijk verborgen plaats uit voor haar nest, dat uit een ondiepe, slordig met veeren bekleede uitholling in den grond bestaat. De hen legt er 10 a 15, soms ook wel 20 eieren in, die op donker roestgelen grond gestippeld zijn. Zij nadert het nest steeds met groote voorzich-

Sluiten