Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Noord-Amerika met bijzonderen ijver en kennis van zaken op het fokken van den tuminen kalkoen toegelegd, en daaraan hebben wij het bestaan te danken van den bronskleurigen kalkoen (Bronce Turkev — Maminouth kalkoen) oen uitmuntende variëteit, die door toevoer van „wildbloed", niet alleen de grootte, het gewicht en de prachtige bevedering van den wilden kalkoen, maar ook diens gehardheid en weerstandsvermogen schijnt te willen bewaren. Wel is waar, treft men onder de gewone, niet Amerikaansche soorten dikwijls ontaarding aan, doch dit is minder de schuld van onze kalkoenen dan van hun eigenaren, die zich tot in den laatsten tijd bitter weinig om een zeer zorgvuldige

kweeking bekommerden.

Naar de door Baldamus meegedeelde, Amerikaansche Standard of excellence moet een prijswaardige, bronskleurige kalkoen aan de volgende eischen voldoen:

De haan: Gezicht, oor- en kinlellen, alsmede de andere naakte deelen prachtig rood, bij oude exemplaren zijn de kinlellen van wratten voorzien en met wit gezoomd. Kop; lang en breed. Snavel gebogen, sterk, goed aan den kop gezet, aan de punt licht hoornkleurig, aan de basis donker. Hals, borst en rug zwart, prachtig met een bronskleur als 't ware overschaduwd, die in de zon goudkleurig schittert; elke veer eindigt iii een smallen schitterend zwarten hakband. De onderdeelen en de dijen zijn zwart en hebben dezelfde doch niet zoo duidelijk uitkomende of levendige teekening. De vleugelboogveeren zijn zwart met een fraaien groenachtigen of bruinen glans. De groote slagpennen zijn zwart, met witte of grijze dwarsbanden — hoe meer en hoe regelmatiger des te beter — en met een smallen, witten zoom aan de buitenvlag. De kleine slagpennen hebben zwarte schachten en grauwe, smal witgezooinde buiten-

Sluiten