Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

va» geronnen melk met tarwezemelen, waaraan van tijd tot tijd wat uien en venkel toegevoegd worden en, als het rood aan kop en hals te voorschijn komt, wat ijzerpoeder. Men moet de kuikens voor vochtigheid en zonnehitte beschermen, doch ze overigens zooveel mogelijk van de buitenlucht laten profiteeren.

Mr. W. Simpson, de matador van de Amerikaansche fokkers van bronekleurige kalkoenen, geeft gedurende de eerste paar dagen weer de voorkeur aan hard gekookte eieren, en daarna gestremde, zure melk met het jonge loot van uien, dat met een schaar tijn geknipt wordt. Na zeven dagen kan den kuikens wat geplette gerst ot haverdegort of gebroken tarwe worden gegeven. Havermeel, met ongeveer 10 procent zuivere beenderenmeel vermengd, is een uitmuntend voer. Aangezien echter havermeel en haverdegort te duur zijn, gebruikt men in de plaats daarvan veelal maismeel. Daarbij moeten zij twee- of driemaal per dag van frisch, koud water worden voorzien en nu en dan ook eens van melk. De heer Simpson laat zijn kuikens ongeveer drie weken oud worden, vóór hij ze 's morgens, als de dauw is opgetrokken, naar buiten laat; des avonds worden zij met de ouden weder opgesloten. Deze behoeven echter niet van het voor de kuikens bestemde voer te eten, wat zij echter, wanneer zij er bij kunnen komen, zeer gaarne doen. 's Morgens en 's avonds, en als zij te huis worden gehouden ook 's middags, is gerst voldoende om de moeder van de vermoeienissen van het broeden te doen bekomen.

In Frankrijk en Duitschland, en ten deele ook in Engeland, laat men de jonge kalkoenen meestal reeds na 14 dagen, soms ook zelfs na 8 dagen naar buiten gaan, bij warm weder en op een drogen bodem ; tegen regen en koude

Sluiten