Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f

bekomt hen uitstekend. Na verloop van 10 tot 14 dagen kunnen zij na het morgenvoeder bij goed weder naar buiten gedreven worden, in de heete middaguren worden zij in de schaduw gebracht en 's avonds, als ze thuis komen, verkrijgen zij hetzelfde voeder als 's morgeus.

Gedurende de eerste 8 dagen geeft men de kuikens ongeveer oin het uur en dadelijk bij het aanbreken van den dag te vreten.

2e periode. Bij het begin van de tweede veertien dagen zijn de kuikens reeds sterk genoeg geworden om hen meer vrijheid te doen genieten; zij zoeken dan met de moeder in de weide of in het bosch zelf insecten en groen. Te ver late men ze echter niet gaan, opdat zij niet door eventueel plotselingen regen overvallen worden.

Men gaat door met het vroegere voeder, waarbij boekweiten- of havermeel tot een deeg aangemengd gevoegd wordtOok thans mogen miereneieren enz en loof van uien vooral niet vergeten worden.

3e periode. De jongen beginnen thans snel te groeien, de veeren beginnen zich te ontwikkelen, en eene krachtige, versterkende voeding is meer dan ooit noodig. Behalve mierenlarven, strooit men voor hen aromatische zaden als koriander of venkel. Men voedert een deeg van boekweiteof havermeel, waaraan gehakte peterselie, uienbladeren of alsem toegevoegd wordt; ook geve men hen fijngesneden sjalotten, knoflook enz. In het drinken, water en melk, 10 Gram ijzervitriool op 1 L.

4e periode. Was het bloed tot nu toe zeer dun en waterig, thans wordt het dikker en vormen er zich meer vaste bloedlichaampjes, en hiermede worden ook de vogels sterker en zelfstandiger. Zij eten alles, wat hun voorgezet wordt, zonder onderscheid: gras, koren, vleesch, ooft en

i

Sluiten