Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET PALEIS OP DEN DAM. DE HEERENGRACHT.

(Zie nevenstaande plaat).

De voorganger van Amsterdam was een dorp van visschers en veehouders; maar in de 12e eeuw, toen men zich door bekading tegen het buitenwater eenigermate had weten te beschermen, begonnen de bewoners bij den Amstelmond handel te drijven op den omtrek. Te midden van de laagvenen, waar eene vroegere zandplaat, slechts door een dun veenlaagje bedekt, een meer stevigen basis aanbood, n.1. langs de Warmoesstraat tusschen de Oude Kerk en den Vijgendam, lag de oudste kern der later zich onder de bescherming van het kasteel van Gijsbrecht II uitbreidende stad. Langs het nu gedempte Damrak mondde de Amstel in het IJ. Na het ontstaan en de uitbreiding der Zuiderzee, werd deze plek, waar geschikte waterwegen eene goede gemeenschap met het binnenland aanboden, het IJ den weg naar Haarlem en de duinstreek, de vele wateren ten N. van het ij dien naar Waterland , West-Friesland en Kennemerland gemakkelijk maakten en de Zuiderzee een' scheepvaartweg opende naar het N. en O. en langs den IJsel tevens naar den Duitschen Rijn, toen werd deze plek het punt van samenkomst voor een wijden omtrek. Geholpen door den vrijdom, dien Floris V in 1275 aan Amsterdam schonk van alle grafelijke tollen, groeide de stad vooral, nadat ± 1240 door Gijsbrecht van Amstel in de rivier een dam met eene sluis was gelegd, in aansluiting met eene bedijking van den riviermond. Zoo was eene buitenhaven (het Damrak) en eene binnenhaven gevormd en naar dien dam in den Amstel werd de stad genoemd. Van uit de kern, die nu langs den Amstel rondom den „Dam" en de dijken werd gevormd, breidde Amsterdam zich uit. Weldra omsloten eene gracht en een wal de bebouwde kom. Eerst in 1481 werd de stad met muren omringd, voorzien van poorten met torens. Eene van deze, de St.-Antoniepoort op de Nieuwmarkt, is nog aanwezig. Na den val van Antwerpen (1585) kwamen vele kooplieden van daar naar Amsterdam. Spoedig en later herhaaldelijk werd de stad uitgelegd. Burgwallen of grachten werden gegraven en om de oude stad liepen eindelijk in concentrische bogen de Heeren-, Keizers-, en Prinsengracht. Zoo kreeg Amsterdam den halvemaanvorm, dien het tot in de 19e eeuw is blijven behouden. Van de vestingwerken, die de stad toen omgaven, staat alleen nog de Muiderpoort. De uitbreidingen in de 17e eeuw, den roemrijken tijd van handelsgrootheid, die de drie bovengenoemde grachten schiepen, waarlangs de soliede kolossale huizen met groote tuinen , zooals vooral de Heerengracht ons nog te zien geeft, deden ook het Stadhuis, tegenwoordig het Paleis, op den Dam verrijzen, indertijd als een der wereldwonderen beschouwd, het krachtige bouwwerk van Jacob van Kampen, in den slappen veenbodem op 13659 palen gebouwd.

bos, Leerb. L. en V., 4e druk.

3

Sluiten