Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE LEERKRING.

A. MIDDEL-EUROPA.

§ i. Zwitserland. (Vergel. §§ 15 en 20 ie Lkr.) Gr.: 1 '/t X Nederl. Inw.: 3/'-, X Nederl. Zwitserland bestaat uit de volgende natuurlijke afdeelingen: een Alpengebied, eene hoogvlakte en een Jura-gebied. Het ligt in 't midden van Europa, maar 't werd 0111 zijne hooge gebergten langen tijd gemeden. Toch trok dit deel der Alpen eerder 't verkeer tot zich dan de lagere Oost-Alpen, en wel doordien de weg van Middel-Europa naar het begeerlijke Italië hier de kortste was en men in de Gotthardknoop slechts éénmaal eene hoofdketen behoefde over te gaan. Het Sueskanaa! (geopend 1869) heeft geen geringen invloed uitgeoefend op den aanleg van spoorwegen dwars door de Alpen.

Eenige belangrijke passen: 1. de pas van den Grootcn St. Bernhard: Martigny in het Rhónedal Aosta in het Dora Balteadal (pashoogte 2470 M.), tusschen de gletscherrijke Montblancgroep en de woeste Penninische Alpen, waarin de groep van de Monte-Rosa (4640 M.) als hoogste gedeelte. 2. de Simplonpas: Brieg in het Rhónedal Domodossola in het Tocedal (pashoogte 2010 M.). 3. Gotthardpas: Geschenen in het Reussdal Airoio in liet Ticinodal (pashoogte 2110 M., hoogte van den tunnel in den Gotthardspoorweg 1150 M.). 4. Spli'tgenpas: Chur in het Rijndal Chiavenna in het Addagebied (pashoogte 2120 M.). De gletscherrijke Berner Alpen met bekende toppen (Jungfrau, Eiger, Mönch,

Sluiten