Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

peil (A.P.), d. i. het peil, hetwelk in 't eerst der 17e eeuw voor den waterstand van Amsterdam werd vastgesteld, ongeveer op de gemiddelde waterhoogte in het IJ vóór Amsterdam. Later heeft men vele hoogtebepalingen in ons land herzien en door Nieuw- of Nauwkeurig Amsterdamsch Peil (N.A.P.) aangeduid. Nederland ligt laag, het W. des lands ligt zelfs zeer laag. Waren er geene dijken, dan zou een eenigszins hooge vloed geheel Nederland onder water zetten ten N. en ten W. van eene lijn Groningen Leeuwarden Heerenveen Steenwijk Zwolle Amersfoort Utrecht Gorkum Bergen-opZoom Antwerpen. Alleen de duinen en enkele andere hooge streken zouden als eilanden of schiereilanden uit de wateren te voorschijn komen. Sommige deelen, de Hollandsche droogmakerijen n.l., liggen zelfs tot 5 a ó M. A.P.

Het O. en het Z. zijn het hoogst; het hoogste punt (ten ZAV. van Vaals) meet 320 M. Enkele toppen in Zuid-Limburg stijgen tot ongeveer 200 M. Over 't geheel helt de Nederlandsche bodem naar hetW., tevens, maar minder sterk, naar het N. Aan weerszijden van de plek, waar de Rijn ons land binnenstroomt, verheffen zich het Neder rijks woud en Montferland tot ongeveer 100 M. Langs de oostgrens van Gelderland en Overijsel en in de richting van het Z. naar het N., midden door de graafschap Zutfen en Salland heen, strekken zich minder hooge heuvels uit. Ten W. van den IJsel en ten N. van den Rijn verheft zich de bodem weder in de Veluwe (waar enkele punten 100 M. of meer bereiken) en den Utrechtschen heuvelrug met het daarmee samenhangende Gooiland. Veluwe en Utrechtsche heuvelrug worden gescheiden door deGeldersche vallei. Men zie verder de hoogtekaart van Nederland.

Aard van In ons land komen bijna zonder uitzondering jonden bodem, gere, losse, weinig samenhangende grondsoorten aan den dag. Een rotsbodem komt alleen in het Z.O. des lands, in Zuid-Limburg, aan of dicht aan de oppervlakte. Toch is hij ook daar grootendeels bedekt en wel niet eene fijnkorrelige grondsoort, löss of Limburgsche klei genoemd. In het O. van Gelderland en Overijsel naderen op enkele plekken oudere grondsoorten de oppervlakte. Verder oost- en zuidoostwaarts,

bos, Leerb. L. en V., 4e druk. 9

Sluiten