Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(rivierklei), zijn gevormd. Deze gronden vormen in hoofdzaak het gebied van het polderland. In Groningen en Friesland ligt tusschen de zand- en grintgronden en de zeeklei, behalve bij den Dollart, waar de zeeklei bijna overal onmiddellijk aan de hoogere gronden grenst, eene min of meer breede strook laagveen. Het NW. van Overijsel is bijna uitsluitend, behalve in de zeeklei van het Kampereiland, laagveen. In de streek van de groote plassen bij Giethoorn is het hoogveen, dat hier vroeger zat, reeds afgegraven. In de Veluwe en het Gooi reiken de zand- en grintgronden onmiddellijk tot aan de kust. West-Friesland is een zeekleigebied. Voor 't overige is Holland en westelijk Utrecht een terrein van laagveen, behalve in de meeste droogmakerijen, waar de onder het laagveen gelegen zeeklei de oppervlakte vormt. Langs Ouden en Krommen Rijn, Vecht, Lek en IJsel, vroegere of nog tegenwoordige vertakkingen van den Rijn, ligt een niin of meer breede zoom van rivierklei. In het mondingsgebied van Rijn, Maas en Schelde en langs de breede zeearmen, waar de getijden zeer sterk werken, d. i. op de Zuidhollandsche en Zeeuvvsche eilanden en langs den buitenrand van westelijk Noord-Brabant, vinden wij zeeklei aan de oppervlakte.

Langs den buitenkant van dit lage westelijke terrein, zoowel op de delta-eilanden als op Hollands westkust en op de Waddeneilanden, verheft zich eene duinenreeks, die door de zeegaten en de doorgravingen voor den Rotterdamschen Waterweg, het Oude-Rijnkanaal en het Noordzeekanaal is doorbroken en verder op twee plaatsen (Westkapelle en Kamperduin Petten) door dijken is vervangen.

§ 5. De Nederlandsche wateren. We weten reeds (§ 23, 24, 25 en 26 ie Lkt\), dat Nederland in hydrographisch opzicht uit twee deelen bestaat: eene oostelijke, hoogere helft, in 't algemeen gesproken de zand- en grintgronden met de daarop gelegen venen, beek-en rivierbezinkingen omvattende, die eene natuurlijke afwatering heeft, en eene westelijke, laaggelegen helft, waar het water om te kunnen worden geloosd, moet worden opgemalen of waar men althans een voldoend lagen

stand van het buitenwater moet afwachten, om het te kunnen

y*

Sluiten