Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maas en de Rijn met zijne vertakkingen, zoodat hun waterspiegel, vooral bij hoogen stand, ver boven het omgelegen land staat. Meestal heeft men de dijken op eenigen afstand van de zomerbedding aangelegd, om zoodoende eene groote watermassa te kunnen bergen. Vaak liggen langs liet zomerbed zoogenaamde zomerkaden, die in den tijd van hoogen waterstand overstroomen. Het land tusschen de zomerUiterwaard. bedding en den Hvierdijk heet uiterwaard en

wordt gebruikt als weiland of voor de teelt van teenwilgen.

De Schelde heeft een breeden, trechtervormigen Schelde. mondi de Hont 0f Wester-Schelde (de OosterSchelde is afgedamd), die, ook om zijne wijze van ontstaan, eigenlijk den naam van zeearm verdient. De eb- en vloedstanden verschillen hier veel meer dan in de Zuiderzee, n.1. 3-8 4-2 M. Men noeme de namen der verschillende Zeeuwsche wateren!

Voor eene beschrijving van den loop van Rijn en Maas in Nederland zie men §§ 25, 31 en 32 van den ïen Lkr. en verder de kaart. De overlaten langs de Maas en de nieuwe verlegging van den Maasmond zijn daar in § 31 beschreven. Hier mogen nog enkele aanteekeningen eene plaats vinden.

In de Noord gaat het water met vloed en eb van Noord. naar weerszjjden op en af. Om de getijden

op onze rivieren te begrijpen, bedenke men, dat bij vloed het zeewater in de riviermonden opdringt, zoodat het afstroomende rivierwater wordt tegengehouden en opgestuwd, waardoor de vloed veel verder stroomop merkbaar is dan het zeewater kan Getijden op komen. Gedurende den vloed helt de oppervlakte de rivieren. Van het water in de riviermonden voor een deel naar de richting stroomopwaarts.

Het kanaaltje bij St. Andries is geene verbinding tusschen Waal en Maas; 't is een kanaal met schutsluizen, aUoo eene verbinding uitsluitend ten behoeve van de scheepvaart, niet voor de watergemeenschap.

Wat de stroomgebieden van onze groote rivieren betreft, Maas- merken wij op, dat de Maas in Limburg het watei gebied. Van verscheiden bijrivieren ontvangt: Jeker (I.) Geul, Geleen, Roer, Niers, (r.), Neer (!.). Verder ont-

Sluiten