Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is voor wei- en hooiland. Het bouwland ligt grootendeels ten N. van de lijnen Stroobos Dokkum Marlingen en in'tO.; bovendien wordt in den driehoek Harlingen Franeker Makkuni meer aan landbouw dan aan veeteelt gedaan. Het laagveen alsook de klei ten Z. van de lijn Dokkum Harlingen, met uitzondering van bovenbedoelden driehoek, is voor grasland in gebruik; 't is de zoogenaamde greidhoek. Leeuwarden en Sneek zijn de voornaamste markten voor vee, boteren kaas. De visch vangst op de vele wateren is van belang. Harlingen heeft uitvoer van vee, boter en kaas en invoer van hout, kolen en katoen. De fabrieksindustrie is in Friesland, evenmin als op de Groningsche klei- en laagveenstreken van veel belang. Van meer beteekenis is zij in de stad Groningen en in de Groningsche veenkoloniën. In het Groningsche polderland is landbouw de hoofdbezigheid. De stad Groningen is het hoofdcentrum voor den handel in het N. des lands. De afsluitende ring der voorheen ontoegankelijke venen gaf deze stad, op het uiteinde van den Hondsrug, vroeger de hoofdweg naar het zuiden en zuidoosten, gereede aanleiding tot eene zelfstandige ontwikkeling. De noordelijke Heilanden richtten hun verkeer, blijkens den loop van wegen en kanalen, hoofdzakelijk op dit centrum. Delfzijl voert hout in.

§ q. België. Gr: iets kleiner dan Nederl. lnw.: 1.6 mill. meer dan Nederl. Het koninkrijk België bestaat vooreerst uit de Ardennen, eene ruwe hoogvlakte, die zich in de Hautes Fagnes (= hoogvenen: in de komvormige laagten van de Ardennen zijn dikwijls venen ontstaan!) tot een hoogtemaximum van 700 M. verheft, en waarin de rivieren (de Maas met de Semois, de Sambre en de Ourthe) zich diepedalen hebben uitgeslepen. Dit bergland heeft een guur klimaat met sneeuwrijke winters en is grootendeels onvruchtbaar en schraal bevolkt. Het bochtige dal der Semois heefteen aangenaam klimaat. Tusschen Maas en Vesdre ligt het land van Herve, waar veel aan veeteelt wordt gedaan. In de tweede plaats het langs de noordzijde van Sambre en Maas loopende, naar het N. afhellende heuvelland, dat voor een goed deel met vruchtbare Hesbaaische klei (löss) is bedekt. Hier delft men den blauwen

Sluiten