Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Frankrijk grenst aan den oceaan en wel aan het druk bevaren Kanaal en de onstuimige Biskaaische golf, alsmede aan de Middellandsche zee. Door de Aquitaansche poort zoowel als door de cols der middelgebergten (ten N. van het Centrale hoogland) was reeds vroeg gemeenschap mogelijk tusschen het Oceaan- en het Middellandsche-zeegebied. Toch is Frankrijk niet in die mate eene zeemogendheid, als waarin men dat allicht zou verwachten. Voor een deel ligt dit aan zijne kusten, die niet bij uitstek gunstig zijn. Eene duin kust in 't N., tot Galais; steile krijtkusten, die voortdurend door de zee worden ondermijnd, (zoodat er een breed strand vóór ligt, als bij Êtretat en Fécamp), tot de Seinemonding en verder in de oosthelft van Normandië; leigesteenten in Cotentin, waar de zee veel land heeft weggeslagen en waar de aan Engeland behoorende Normandische eilanden als brokken van een vernield land zijn blijven liggen. Verder het woeste, afgelegen bergland van Bretagne met zijne sterk aangevreten granietkusten; de kusten van de Vendée en van het Charentemondingsgebied, waar allerlei verschijnselen op een hevigen strijd tusschen land en zee wijzen. Eindelijk ten Z. van de Gironde-monding de duinkust der Landes. Ten slotte in 't Z. de Rhöne-deltakust en de ten W. daarvan gelegen kusten, die alle aan verzanding en aanslibbing lijden, en dan nog de havenrijke steile Alpenkust van Marseille tot de Italiaansche grens, waar evenwel alleen Marseille partij kan trekken van een belangrijken verbindingsweg met een uitgestrekt achterland: Rhönedal Saónedal Bourgondische poort Bovenrijnsche vlakte Rijndal Germaansche vlakte; de overige havens kunnen hier weinig meer dan kustvaart hebben. Zoo moet de zeehandel van Frankrijk zich grootendeels richten naar zijne riviermonden.

y Van de Fransche rivieren is, ten opzichte van het verkeer, 'de Seine in vergelijking met de andere zeer in het voordeel. De Seine toch ontspringt, evenals vele harer bijrivieren, in Champagne, waar de krijtbodem veel regenwater opzuigt, om het langzamerhand weer los te laten en de rivieren zoodoende eene vrij gelijkmatige waterhoeveelheid te verschaffen, zoodat

10*

Sluiten