Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

einder blijft waar hij is, wanneer men dooreen' verrekijker ziet.

2. Het grooter worden van dien gezichtseinder of horizon, naarmate de waarnemer een hooger standpunt inneemt

3. De wijze, waarop men aan zee vertrekkende schepen ziet verdwijnen (nl. eerst het benedenste en daarna het bovenste gedeelte) of naderende schepen ziet verschijnen (nl. eerst het bovenste, daarna het benedenste gedeelte).

4. Het verplaatsen van den horizon, wanneer de waarnemer

zich verplaatst.

5. De reizen om de Aarde, waarbij men altijd op het punt van uitgang heeft kunnen terugkomen, zonder hoeken of kanten

aan de Aarde te vinden.

Dat de Aarde een ongeveer bolvormig lichaam is, blijkt

uit het volgende: ... , ,

1. den altijd ronden vorm, dien de vrije horizon overal bezit,

ook wanneer de waarnemer een hooger standpunt inneemt;

2. den ronden vorm van de aardschaduw, die zich bij eene maansverduistering op de Maan afteekent.

3 het verschil in tijd tusschen plaatsen, die O. en W. van elkaar liggen, in verhand met de standsverandering van den sterrenhemel, als men naar het N. of naar het Z. reist.

§ 3. De Aardbol. De meeste lijnen en vlakken, in § 1 vermeld snijden ook den aardbol. De wereldas snijdt het aardoppervlak in noord- en zuidpool. Het deel van de wereldas, dat binnen de Aarde valt, heet aardas. De declinatiecirkels snijden de aardoppervlakte langs cirkels, die meridianen heeten. Het aequatorvlak snijdt de aardoppervlakte langs een' cirkel, die aequator heet. De parallelcirkels op Aarde worden verkregen door alle punten van deze cirkels door rechte lijnen te verbinden met het middelpunt der Aarde. Teeken de punten, lijnen en vlakken, in § 1 en § 3 vermeld.

Onder de breedte eener plaats verstaat men den hoek, dien de vertikaal dier plaats maakt met hare projectie in het vlak van den aequator. De lengte van eene plaats is de hoek, dien de vertikaal dier plaats maakt met hare projectie in het vlak van een aangenomen nulmeridiaan (van Greenwich, Ferro of 1 arijs). Men telt de geographische breedte van o tot qo en onderscheidt

Sluiten