Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt verwarmd dan in de rondom gelegen punten b, dan zal de lucht in a zich uitzetten; de vlakken van gelijken druk zullen boven a rijzen en naar b hellen. In de hoogere luchtlagen boven a zal een luchtstroom ontstaan naar de lagen boven b. Daardoor zal de luchtdruk in a dalen, in b zal hij rijzen. In de benedenste luchtlagen boven b zal 1111 een stroom moeten ontstaan naar de benedenste luchtlagen boven a. Dit stelsel van luchtstroomen zal blijven bestaan, zoolang de meerdere verwarming in a aanhoudt. Men noemt de luchtbeweging rondom a als middelpunt eene cyklonale luchtbeweging. Gaat de lucht boven een zeker terrein c (door lage temperatuur) een geringer volume innemen dan boven 0111 d gelegen punten, dan zal in de bovenlagen naar c eene toestrooniing plaats hebben, terwijl in de benedenlagen van uit c eene afstrooming naar de omgelegen punten d zal moeten ontstaan. Men noemt dit anticyklonale luchtbeweging. Het centrale gedeelte van een cyklonaal gebied heeft lagen; dat van een anti-cyklonaal gebied

heeft hoogen barometerstand.

De lucht stroomt van plaatsen met hoogeren naar plaatsen met lageren druk, van een barometrisch maximum naar een barometrisch minimum. We zien echter bij dezen luchtstroom

% Cy kloon. AnücykJoon.

(wind) op het noordelijk halfrond eene afwijking naar rechts, op liet zuidelijke eene afwijking naar links. Wet van Hu ijs Ballot.

De sterkte van den stroom hangt af van het bedrag van

Sluiten