Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Conglomeraten noemt men verbrokkelde, gerolde en ge slepen stukken van verschillende gesteenten, die door eene of andere (kalk-, leem- of klei- of kiezelhoudende) stof zijn verbonden. Zandsteen bestaat uit kleine kwartskorrels (= zand), die door eene of andere verbindende stof en onder een sterken druk tot steenharde lagen zijn samengekleefd. De zandsteenen leveren uitmuntenden bouwsteen (Elbezandsteengebergte), molenen slijpsteenen. Leisteen is zeer duidelijk gelaagd en bestaat uit verharde oude kleislib; wanneer hij verweert of wordt fijngeslepen, levert hij weer klei. Sommige leisteen wordt gebruikt als dakleien, andere als leien 0111 er op te schrijven, nog andere voor griffels. Klei kan door verweering ontstaan van gesteenten, die veel veldspaat bevatten, als graniet en syeniet. Doorgaans is de klei met andere mineralen vermengd, vooral met kwartskorrels en stukjes glimmer. Het vruchtbare diluviale löss (in 't Z. van Nederland „Limburgsche klei" geheeten) komt in het Hoang-hogebied over groote uitgestrektheden voor en bovendien op vele plaatsen in Amerika en Europa, vooral in het Rijn- Donaugebied en in de Belgische heuvelstreek ten N. van Sambre en Maas. De stoffen, die door vulkanen zijn uitgeworpen, hebben zich soms met water vermengd en vulkanisch slijk gevormd, dat, na te zijn verhard, vulkanische tuf- of dufsteen en conglomeraten deed ontstaan. De dufsteen van het Brohldal en omstreken (linker Rijnoever in den Eifel) wordt „tras" genoemd en vooral naar Nederland, gevoerd, waar ze tot cement wordt gemalen. Bijna alle kerken uit de 12e en 13e eeuw langs den Rijn zijn van dufsteen gebouwd. Herculanum en Pompeji zijn voor een groot deel weer van onder eene dikke laag dufsteen aan den dag gebracht.

Onder de sedimentgesteenten, bij welker vorming de overblijfselen van dieren soms eene groote rol spelen, noemen we kalksteensoorten, waarvan voor ons wel de belangrijkste zijn de bonte marmersoorten, de gelaagde lithographie-steen van Solenhofen, het witte krijt (bijv. van Champagne, Zuid-Engeland, Noord-Frankrijk en Rügen), de koraalriffen der tropische zeeën en de schelpenkalk, die op zoovele plaatsen uitstekenden bouwsteen levert (Rüdersdorf bij Berlijn), doch daar, waar zij

Sluiten