Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

diepten in de aardkorst gedrongen en onder hydrostatischen druk, weer opwaarts geperst, als warme bron te voorschijn treden. In vulkanische streken kan het ook met eene op geringere diepte gelegen warmtebron in aanraking zijn geweest. Daar eene hoogere temperatuur het water een grooter oplossend vermogen geeft, zullen warme bronnen tevens dikwijls mineraal wat erbronnen zijn. Heeft het water over zoutlagen gecirculeerd, dan zal het als zoutwaterbron voor den dag komen. Geisers zijn periodieke heete springbronnen, die uitsluitend en dan nog slechts op enkele plaatsen (IJsland, Noordeiland van NieuwZeeland, Yellowstonepark), in vulkanische streken voorkomen.

§ 44. Rivieren. Waar het water uit bronnen of afsmeltend gletscherijs afstroomt, wordt eene rivierbedding uitgeslepen. I11 vele steppen en sommige woestijnen bevatten dergelijke beddingen slechts tijdelijk water; men treft er wadi's, veeltijds droge rivierbeddingen, aan; of ook rivieren, die wel voortdurend water bevatten, maar niet genoeg 0111 naar zee af te stroomen. De laatste zijn stepperivieren; zij eindigen in een meer of een moeras. In woestijnen zakt het regenwater dikwijls dadelijk door den zandigen grintbodem naar de diepte, om slechts hier en daar als bronnen, die dan (laag gelegen) oasen te voorschijn roepen, aan de oppervlakte te komen. Slechts zeer waterrijke rivieren, die van buiten het droge gebied veel water ontvangen, kunnen aan de sterke verdamping in de woestijn weerstand bieden en dwars door de woestijn heen de zee bereiken (Nijl, Colorado).

Het land, dat water levert aan ééne rivier, heet haar stroomgebied. De grenslijn tusschen twee stroomgebieden heet waterscheiding; deze wordt soms door eene bifurcatie opgeheven, 't Laatste komt veel voor in Amerika, ook in Rusland. Eene waterscheiding behoeft niet uitsluitend over een' bergkam te loopen, maar kan ook op de grens van twee tegengestelde hellingen van een en 't zelfde dal liggen of door eene laagvlakte loopen.

De hoeveelheid water, die in eene seconde voorbij een punt aan den oever eener rivier stroomt, heet haar vermogen op dat punt. Het is afhankelijk van 't verval en van de massa water.

Sluiten