is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerboek der land- en volkenkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden genoemd, wanneer wordt gesproken van de factoren, die de aardoppervlakte hebben gevormd.

Dat niet alle in ondiepe zeeën uitmondende rivieren deltas vormen, moet aan verschillende oorzaken worden toegeschrevtn. Zoo kan het gebeuren, dat het verval der rivier zoo gering is, dat de vaste stoffen reeds grootendeels bezonken zijn, voordat de rivier de zee bereikt; dat een buitengewoon sterk verval en te sterke stroom de zwevende stoffen te ver in zee op stuwen; dat sterk werkende getijden het aestuarium zuiveren van de aanslibbingsstoffen; dat eene sterke zeestrooming ze wegveegt; dat de rivier kort voor hare monding door een meer stroomt, hetwelk hare vaste stoffen vasthoudt; dat eindeijk eene positieve niveauverandering het merkbare resultaat der aanslibbing neutraliseert.

§ 47. Meren. Onder den naam van meer verstaat men zoowel watervlakten als de Kaspische zee (439400 KM-'), die in grootte haast overeenkomt met Soematra of Zweden, het Boven meer (82 900 KM-), het Ockerewe meer (75 200 KM'-), het Aralmeer (67000 KM2), het Baikalmeer (35000 KM-), ruim zoo groot als Nederland, en het Ladoga meei (1^15° KM2), als plassen van slechts enkele honderden schreden in het vierkant. Men begrijpt er onder waterbekkens, die, als het Titicaca meer, 3900 M. boven den zeespiegel liggen, zoowel als in, ja beneden den zeespiegel gelegene; de Doode zee ligt zelfs 400 M. beneden het niveau des oceaans in het door sterke verzakking ontstane Jordaandal. Men onderscheidt zoeten zoutwaternieren. De meren met afstrooining naar zee hebben meest zoutwater. De laatste zijn het eindstation van eene stepperivier en hebben derhalve alle zouten behouden, welke door de rivier en het water, dat haar voedt, uit den bodem achtereenvolgens zijn opgelost. De omvang en de diepte van een meer zonder afstrooining (boven- of onderaardsch) wordt geregeld door de verhouding tusschen wateraanvoer en verdamping. Zoutwaternieren komen voor in streken, die eene afstrooming naar zee missen. Het zoutgehalte dei zoutwatermeren is zeer ongelijk en wisselt van eene geringe breuk tot ruim 30(>/o. He Doode zee, het Baskoentsjak- en het Eltonmeer behooren tot de zoutste der Aarde.