Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een' bovenstroom in de straat van Gibraltar naar het O. en een zouteren benedenstroom in omgekeerde richting.

§ 57. Eenige kustvormen. Naar het vertikaal-profiel kunnen we onderscheiden, steile kusten, waarbij, als op de westkusten van Schotland en Noorwegen, eene hooge rotskust onmiddellijk aan eene diepe zee grenst; strandkusten, als op vele plaatsen aan het Kanaal, waarbij een strand naar de landzijde door een steilen rand wordt begrensd, welke rand nog tegenwoordig door de vloedgolf wordt bereikt ol ook, ten gevolge van eene negatieve niveau verandering, tegenwoordig buiten het bereik der vloedgolf ligt; zachtglooiende kusten, waarbij, als op Hollands westkust, het strand onmerkbaar in

den zeebodem overgaat.

Onder de kustvormen springen enkele, door een eigenaardig indringen van de zee, bijzonder in het oog. Fjord kusten met steile wanden, waar de fjorden als diepe dalen ver in 't land op dringen en waarbij de inhammen ongeveer loodrecht staan op de richting van het hoogland. (Noorwegen, Groenland, t zuidwesten van Nieuw-Zeeland.) Scherenkusten (Zweden, Finland) met kleine insnijdingen en tal van rotseilandjes. Riaskusten met wel fjordachtige inhammen, doch waarbij deze laatste evenwijdig zijn met de richting der ongeveer loodrecht op de hoofdrichting der kust loopende bergketenen, zoodat de ria zich voordoet als een onder water geloopen deel van een lengtedal. Voorbeelden geeft de Gallicische kust in t NVY. van Spanje, de kust van Bretagne, de zuidwestkust van Ierland, Klein-Aziës westkust, Chinas kust ten Z. van de Jang-tse-kiang-monding. De Dalmatische kust met inhammen en voorgelegen eilanden, evenwijdig aan de hoofdrichting van de kust en die der bergketenen, vertegenwoordigt een afzonderlijk kusttype, dat zich van de vorige duidelijk onderscheidt.

Worden de genoemde kustvormen aan meer of min steile kusten gevonden, de volgende treft men slechts op lage kusten aan. Lagunenkusten, waar vóór bochten of riviermonden de sedimenten van rivier en zee zich als langgerekte banken hebben afgezet, die zich eindelijk, opgejaagd door den wind, als schoorwallen of nehrungen, boven den zeespiegel verheffen. Voorbeel-

Sluiten