Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In 1882, ontwaakt opnieuw de dichter in Gezelle's hart en hij begint de reeks gedichten te schrijven die, in 1892, onderden titel „ Tijdkrans" verscheen, en in zijn in 1897 uitgegeven ,,Rijmsnoer" werd voortgezet.

Tijdens die twintig jaar stilzwijgendheid en bespiegeling, heeft zijn woordenschat zich verrijkt, zijne kunst zich gelouterd, en zijn genie alle kluisters gebroken.

In de werken zijner eerste periode, zooals: „Kerkhofblommen;" „Gedichten, Gezangen en Gebeden " „Driemaal drie en dertig Kleengedichtjes„Dichtoefeningen" en „Liederen, Eeredichten et Reliqua", waar zijne persoonlijkheid reeds krachtig naar voren komt, kan men de verschillende stadia zijner evolutie aanstippen en zekere invloeden bespeuren, doch in zijne latere werken, en in „Laatste Verzen", na zijnen dood (1899) verschenen, schittert het gedegen metaal in vollen glans.

Gezelle is de groote kunstweergalm geweest van Vlaanderen's stem, in hare opperste uitin-

Sluiten