is toegevoegd aan uw favorieten.

Aurora Leigh

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het gezicht van het huis gekomen, plotseling het andere einde van den zwaaienden krans greep en — „Aurora" — zeide op een toon, die mij deed stilstaan en mijn adem deed stokken.

„Aurora, laten wij ernstig zijn en aan dit spel van hoofd en hart een einde maken. Leven beteekent gewis beide, hart en hoofd, beide werkzaam, beide geheel, in vollen ernst. Mannen en vrouwen maken te zamen de wereld uit, even als hoofd en hart vereenigd het menschelijk leven vormen. Laat dan de man en laat de vrouw arbeiden, daar er op deze benarde aarde werk is voor hoofd en hart en de gedachte nooit het werk der liefde kan volbrengen. Maar laten zij arbeiden voor een doel; ik meen voor een nuttig doel — het opsieren en borduren van de baldakijnen, die men tusschen ons en de zon houdt, mag toch waarlijk geen doel. veel minder verheerlijking Gods heeten. — Aurora, van dat boek dat gij geschreven hebt, heb ik geen enkele bladzijde gelezen, maar zie ... ik werp een roos in de hoogte ... daar valt zij, met haar bloemkelk naar onderen. De kans is even groot dat gij, een jonge, reine vrouw, met dat paar groote, peinzende oogen, over het geheel niet minder goed .. en niet minder slecht.. schrijft dan andere vrouwen. Schrijft gij niet minder goed... wat dan ? Zelfs iets beter... evenzeer wat dan ? Wij hebben heden ten dage het Hoogste in de kunst, of in het geheel geen kunst noodig. De tijd van het gekweel over liefdegodjes, nimfen hier, tritons daar is voorbij. Het polytheïsme heeft zich opgelost in God, die eenheid van het hoogste Goede. Geen God meer, tenzij hij het hoogste Goede zij. Zoo is het ook met de kunst. Geef ons kunst, die goddelijk, onloochenbaar, die waarachtig is als de smart, of laat ons met onze smart alleen, met haar worstelend, leerend haar te beheerschen als een god, met niets dan onze eenvoudige menschelijke hoop en ons alledaagsch prozaisch geduld gewapend. Gij zijt jong,