Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maal worden zullen, en daarom lijd ik met hen mede in het zieltogend heden."

Maar is het inderdaad zoo, neef," vroeg ik, „is het werkelijk zóó slecht met de wereld gesteld en hoor ik daarvan niets door deze boomen ruischen ? Er was altijd boosheid in de wereld, maar zóó slecht 1..."

„Zoo slecht, Aurora. Liefste, mijn ziel is vergrijsd door het turen op de onmetelijke som van menschelijke ellende. Zooveel voor de zonde, zooveel voor de ontevredenheid, zooveel voor de handhaving der macht, zooveel voor het oogensluiten van de vrees, overeenstemmend in statistische vertwijfelingen met een totaal van zooveel verwoest, verloren leven... O, dit alles in cijfers te zien neergeschreven, eenvoudig, zwijgend, klaar, zooals God door de aarde heen de beteekenis van alle graven ziet — dat is vreeselijk, voor wie geen God is en het onrecht, waarop gij staart, niet tot recht kan maken. Blijft mij een andere keus, dan mijn jaren, mijn vermogen, mijn streven te wijden aan het werk van hen, die zoeken te helpen, indien er te helpen valt in dezen socialen nood? Het menschelijk bloed, dat mij in de aderen vloeit, is krachtig genoeg, om mij tot dezen gemeenschapsplicht te drijven."

Toen sprak ik op mijn beurt.

„Ik heb nog niet lang aan 's levens strand gestaan. Deze zilte wateren hadden nog ter nauwernood tijd mij de voeten te besproeien; den vloed beoordeelen kan ik nog niet. Later misschien. Een vrouw is altijd jonger dan een man van denzelfden leeftijd, omdat zij zich niet in de open lucht en het volle zonnelicht ontwikkelen mag en lange kleeren moet dragen, lang nadat zij loopen kan. — O ik weet het, gij mannen denkt anders daarover; gij vindt dat de vrouw als de perzik, hoofdzakelijk in de wangen tot rijpheid komt. Maar geef het mij voor ditmaal toe. ik ben jong in jaren en jonger nog, omdat ik vrouw ben. Maar een kind kan „amen" zeggen op 's priesters gebed en voelen waar het heenstijgt. Zoo kan ik, niet

Sluiten