Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeder moet een schoonheid zijn geweest, om een goed man, gelijk mijn broeder was, zoo onachtzaam omtrent de plichten tegenover zijn familie te maken. Maar zoo is het nu eenmaal. Onze neef Vane, Vane Leigh, de vader van dezen Romney, schreef dadelijk na uwe geboorte naar Italië: „Ik vraag de hand van uw dochtertje voor mijn zoon, aan wien het erfgoed nu wettig toebehoort. Verloof haar aan ons uit liefde, uit liefde alleen en zij zal voortaan zich door liefde noch wet benadeeld zien." Een edelmoedige neef was Vane. Weet gij nog wel, hoe hij u aan zijn knie trok, het eerste jaar dat gij hier waart, kort vóór zijn dood? Hoe hij uw hoofdje tusschen zijn handen nam en wat meer blos op uw wangen wou zien ? Gij moet u neef Vane nog herinneren. — En nu zijn zoon hier, vertegenwoordiger van ons geslacht, in zijn plaats heer en erfgenaam van alle goederen, aan wien ook — op wat kleeren en boeken na — het mij toegewezene na mijn dood vervalt; de jongen is edelmoedig als zijn vader, bereid gestand te doen wat deze u liefdevol had toegedacht en toegezegd, Aurora. Ja waarlijk, Romney Leigh is een edel jong mensch, al heeft de zon der jeugd hem wat te recht op het hoofd geschenen en hem koortsachtig doen droomen van allerlei goeds, dat hij aan nietswaardig volk wil doen. Maar een vrouw zal dit alles wel in orde brengen door met koele hand zijn slapen te streelen.

Tot dusverre had mijn beklemd hart ter nauwernood kunnen ademhalen, maar nu stortte ik het uit, in gebroken woorden en klanken uit. De zaak was afgedaan. De droom van goed te doen — althans van goed te doen aan mij — was uit. Er viel niet langer op een vrouw te wachten, die zijn koortshitte zou temperen. Dat gevaar zijn wij ontkomen — den Hemel zij dank!

„Gij gloeit van koortshitte," riep zij uit. „Hoe, ik spreek, spreek een uur achtereen; ik maak u duidelijk,

Sluiten