Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schrijven, waarin een vogel, aan 's haviks greep ontvallen, met trillende vlerken neder ligt. Daardoor werden de regels uitgewischt, maar toch .... het klonk ongeveer aldus.

Zij beiden, aan de twee uitersten op de maatschappelijke ladder geplaatst, droegen één stempel; beiden waren tot zelfverloochening, tot menschlievend erbarmen gewijd en gedreven, hij door wat hij wist, zij door wat zij voelde; hij door zijn mannengeweten, zij door haar vrouwenhart gedrongen de voordeelen van hun positie, hij zijn weelderige vrijheid, zij haar eervollen handenarbeid prijs te geven, om met God liefdewerk te verrichten. En nu God gewild had, dat hij, deze arke aanrakend, een vrouwenhand ontmoette, zou hij dit teeken aanvaarden, de teedere vingers omknellen en spreken: „Mijn medehelpster, wees mijne gade."

Zij verhaalde mij dit alles in allen eenvoud; de glans en gloed in haar oogen vulden hare onvolledige zinnen aan. Wat ik schreef is meer, wat ik begreep, dan wat ik hoorde. En wat ik niet weer kan geven, dat is haar wijze van spreken; dat zijn hare gebaren, levendig, maar toch zacht, als opschrikkend uit hare gewone, half droeve, half kwijnende houding, zooals in de stilte van het woud plotseling het geritsel van een vogel, het wegsnellen van een hert, of het flikkeren van het roodbruine, glimmende kopje van een eekhoorn langs den donkeren eikenstam, het plechtig zwijgen in den groenen tempel dieper, heiliger maakt, 't Is of Natuur voor een oogwenk een levensteeken geeft, om zich daarna opnieuw ter ruste te vlijen.

Ik kuste de lippen, die het spreken staakten. — „Dus heeft hij u lief, Marian ?"

„Of hij mij liefheeft?" Zij zag op met den verwonderden blik van het kind, waaraan gij voor de eerste maal vraagt, wie de zon heeft gemaakt. Daarop volgde een verlegen blos, die dieper werd, tot hij in een zonnigen lach vol rustige zekerheid overging. „Of

Sluiten