Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oogen bond. Zoo is het ook met u, Engel; gij ziet ons te veel in uw hemelsch licht 1 Dat heb ik altijd gedacht. Door uw goddelijk, uw hartstochtelijk medelijden loopt gij gevaar uzelven te verbrijzelen tegen de scherpe kanten dezer vijandige wereld.

_ >Ja, het zou voor een, die u liefheeft, verschrikkelijk zijn, zoo gansch Engeland u de deur wees, om u daarna van uit het venster te bespotten. Gij zoudt kunnen zeggen, of denken — wat nog erger ware: „Er ^ is iemand in dat huis, die ik mis en nog liefheb. ' Ja, dat zou verschrikkelijk zijn.

„Zij, Lady Waldemar, was heel vriendelijk, laat mij u dat verzekeren. Zij kwam negen, neen tienmaal bij mij. Zij is zóó schoon, dat het iemand pijn doet, als het volle daglicht aan zieke oogen.

„Maar 't vriendelijkst was uwe nicht, o 't meest zooals gij! Vóór dat gij kwaamt, kuste zij mij van mond tot mond. Ik voelde het heilig vuur harer ziel op hare ernstige lippen. God helpe mij, dat maakte mij overmoedig; ik zeide haar, dat gij er niets bij verliezen zoudt, met mij tot uwe vrouw te nemen. En toch heb ik later altijd aan een vraag van haar gedacht. „Heeft hij u lief, Marian?" vroeg zij zacht, met weemoedigen twijfel, zooals een moeder aan haar kind vraagt: „Dacht ge, dat ge die ster zoudt kunnen aanraken?'' — Vaarwel, ik weet, dat ik haar nooit heb aangeraakt. Het ergste is, dat kinderen groot worden en de hoop verliezen op wat boven ze is. Zij springen hoog naar een geldstukje — niet meer naar sterren.

_ „Ik heb den ganschen nacht geschreven en u nog niets gezegd. God, kon ik sterven en dezen brief hier laten eindigen. Maar neen, dat mag niet, om uwentwille niet.

„Ziehier het laatste:

„Ik zou nooit gelukkig kunnen zijn, als uwe vrouw. Ik zou nooit onschadelijk kunnen zijn, als uwe vriendin. Ik wil u nooit meer in 't gelaat zien, voordat God

Sluiten