Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het stof laat slepen. Ik wil geen gedachte aan eigen ik dulden in den heiligen tempel der Kunst. Moet mijn arbeid vruchteloos zijn, omdat één man mij zijn goedkeuring onthoudt? Dat kan, dat zal niet. De roem zelfs, die goedkeuring van velen, is als doelwit armzalig, al treft ook de pijl, door een krachtige hand afgeschoten, het wit terstond in het hart. Ook wordt de hoogste roem slechts behaald, door naar iets, wat hooger dan roem is, te streven. De Kunst ter wille van de Kunst en het Goede ter wille van God, het hoogste Goede, dat zij onze leuze. Naar het hoogste willen wij streven, het hoogste in het oog vatten, al blijkt ook onze vrouwenhand te krachteloos voor hare taak. En slagen wij niet.... maar moeten wij... zal ik niet slagen ?.. De Grieken zeiden grootsch in hun tragisch woord: „Noem niemand gelukkig vóór zijn dood." „Noem niemand «wgelukkig vóór zijn dood," voeg ik er bij. Schat het werk niet voordat de dag verstreken en de arbeid volbracht is, en breng dan uw maten en gewichten aan. Is het dagwerk gering, wel noem het gering; vergoelijk niet. Maar wijl ons streven eervol was, behandel ons eervol, al zijn wij vrouwen. Eer ons door waar te zijn, al kunt gij niet prijzen.

Mijne balladen slaagden, maar met balladen heeft een dichter, die vol is van gedachten en beelden, spoedig afgedaan. In het sonnet kan hij, als Atlas, zijn eigen hemelgewelf met al zijn starren torsen, maar dan moet hij roerloos stilstaan, geen voet verzetten.

In dat beschrijvende gedicht, „De Heuvels" genaamd, waren de vergezichten te ver en te flauw, t Is waar, de kritiek prees het uitzicht, maar het publiek ging voor het fraaiste landschap niet aan het beklimmen van mijn boek. En het publiek heeft gelijk, een boom is brandhout, ten zij men hem beziele. Dat wisten de Grieken, toen zij zijn schors verlevendigden met tal van nimfen, boezem tegen boezem geleund en den woudstroom deden weerklinken van het babbelen en snappen der goden.

Sluiten