Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hooge om rijmen te vinden bij het starrenheir.

Maar stil — „een dichter" dat is spoedig gezegd, evenals een boek spoedig geschreven is. En waarlijk, hoe minder zeker men dichter is, hoe zekerder men een boek het licht doet zien.

En het mijne hier? — Al kan ik niet ontkennen, dat er genoeg hartstocht uit spreekt, om het niet geheel vlak en kleurloos te doen zijn, toch kan hartstocht alleen een boek niet de inkt en het papier, er aan verbruikt, waard maken. Waterbellen rondom een kiel bewijzen alleen, dat het schip in beweging is. Er is meer noodig dan hartstocht om een mensch en om een boek — dat ook een mensch is — te maken.

Ik ben mismoedig gestemd. Ik vraag mijzelve af, of Pygmalion deze twijfeling heeft gekend; of hij, toen hij het harde marmer warm en week voelde worden onder zijn vurige omhelzing, voelde tintelen en prikkelen onder zijn gloeiende kussen, zich door zijn zintuigen bedrogen waande. Of hij meende, dat de bovenmenschelijke inspanning om over het bekende en aanschouwde heen naar een eeuwige, ongekende schoonheid te reiken, zijn hart snel en krachtig genoeg voor twee deed kloppen, hem met de schittering van zijn eigen leven verblindde ? Neen, Pygmalion beminde en wie bemint, twijfelt aan het onmogelijke niet.

Maar ik ben mismoedig; ik kan mijn eigen werk niet hartgrondig beminnen. Het bleef zoover beneden mijn inwendige schepping; ik had mijn denken en hopen zooveel waardiger gepaard. Daar storten zij neder, mijn geschriften, door mijn Phoebus Apollo in het hart getroffen, hij, de ziel mijner ziel, de rechter, die het beoogde tot maatstaf van het volbrachte neemt. Van uit zijn hoogte heeft hij ze voor mijn oogen met zijn zilveren pijl doorschoten, terwijl ik zwijgend daarnevens stond. Waarom zou ik niet zwijgen ? Ik heb den kunstenaar niets dan een grooter mensch genoemd ; hij kan ook kinderloos zijn als een mensch.

Sluiten