Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de tanden gezet. Want verzadigd zijn bewijst hier, dat men gebrek lijdt aan iets wat onherstelbaar verloren is. Rn daar het noodwendig is dat wij hongeren moeten, welnu, dan liever de liefde eens mans dan de waarheid Gods, liever dierbare metgezellen dan een heilige overtuiging ontbeerd. Dragen wij onzen last en laten wij een ongezelligen haard boven een ledige ziel verkiezen,

Men zegt, dat wij, die dichten, afgunstig op onze kunstbroeders zijn, maar — misschien omdat ik vrouw en dus niet sterk in het dichten ben — ik ben in het benijden niet sterk. Ik benijdde Graham nooit om zijn forschen stijl, die u met een paar losweg neergeworpen vlekken het teerste perspectief van het volle leven geeft, (bijziende critici ontleden om te bevlekken). Ook Belmore niet, om de eenheid van het doel, waarnaar hij, fijn als een teekenaar zijn potlood, het cederhout van zijn gedichten punt — noch Mark Gage om die zachte, streelende tinten en dat klankgetoover, waardoor ge u, in de golven der zinnelijkheid als wegsmeltend, voelt meegesleept, tot een hooger golf u opheft en terugvoert in reiner element om u bij Plotinus te doen aanlanden. Geen dezer heb ik om de gaven hem geschonken, of om de toejuiching der schare, die zijn deel mocht zijn, benijd. Maar wel daarom, dat, als deze of gene bij toeval zegt: ,,Zie, daar gaat Belmore, een groot man, die afgewerkte kunststukken nalaat; hij heeft geen ander noodig om zijn spaanders en krullen bij te vegen ... ik in de bruine oogen van een meisje, dat ik ken, een antwoord lees, door de lippen niet uitgesproken ; een glimlach zie rijzen, alsof een schutsengel daar binnen lacht. Maar wel daarom, dat, als Mark Gage thuis komt, hij de revisieb'.aden van zijn laatste werk zijn moeder in den schoot kan leggen, denzelfden schoot, waaraan hij jaren geleden heeft leeren spellen, als een vogeltje de letters tjilpend van haar lippen pikkend. „Goed zoo, jongen', klonk

Sluiten