Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goed uitziet; hij schijnt die ongelukkige zaak geheel te boven ... ach ja ... ik weet, gij hebt u dat erg aangetrokken. Gij zijt zoo gevoelig, en gij mocht dat arme schepsel graag, niet waar? Ge vondt dat huwelijk misschien niet ongeschikt; een dichterhart haakt altijd naar het romantische. Wat Romney Leigh betreft, dit staat vast, dat hij haar nooit heeft bemind ... nooit. Apropos, hebt gij niets van haar gehoord.' Is zij spoorloos verdwenen, — reddeloos en in elk opzicht verloren ?"

Zij had nog wel een half uur voort kunnen gaan, zonder dat ik mij verroerde. Ik stond daar, koud, bleek en strak als het standbeeld in den tuin, dat een kind tot tijdverdrijf met sneeuwballen gooit. Nu en dan zeide ik ,,ja", of „neen", zonder te weten waarom. Ik antwoordde, zooals de blindeman loopt, al naar zijn hond hem trekt. Eindelijk kwam Lord Ho we er tusschen: ,, Welke boete beloopt de ongelukkige, die het gesprek van twee lieftallige vrouwen onderbreekt? Ik moet het er eindelijk op wagen. Vergeef mij, Lady Waldemar. De dame hier aan mijn arm is vermoeid, onwel, en ik heb haar als eerlijk man beloofd, dat zij van avond nog maar alleen „goeden nacht" zal zeggen, Het overige zegt haar gelaat voor haar". — Daarmee gingen wij heen.

En thans ben ik thuis en haal ruimer ademl Ik laat mijn mantel vallen, haak mijn ceintuur los, ontknoop den band, die mijn haar bijeen houdt... kon ik nu mijn ziel ook van haar banden bevrijden! Wij zijn levend begraven in deze benauwde wereld; wij hebben meer ruimte noodig!

Die bevallige vrouw daar — dat herdenken en opschrijven van wat zij gesproken heeft, doet mij zonderling aan. Hoe was al, wat zij zeide, er op aangelegd om mij te kwetsen 1 Boosaardig als slechts een vrouw kan zijn. Gij moogt een stalen pantser dragen, een vrouw plukt, als ware 't een roos, de fijnste naald van haar kussen, en prikt u onder uwe

Sluiten