is toegevoegd aan uw favorieten.

Aurora Leigh

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tisch door elkander geslingerd evenals zjjn gedachten, die hij, geloof ik, met opzet onduidelijk maakt. Gij draait tweemaal rond om één stap vooruit te doen; dan doet gij weer een schrede terug, omdat het u duizelt.... dat is regel bij Proclus. Ha, op deze bladzij, hier midden in het boek, heb ik een vlek gemaakt, door er mijn Florentijnsche lelie, kelk en stengel in plat te drukken. Mijn vader beknorde mij om die vlek van dat blauwe bloed; ik herinner mij, hoe boos hij sprak: „Dwaze meisjes, die onze philosophie zoeken te verfraaien door er haar bloemen in te planten — het boek bederven, is al wat zij doen. Dat moet niet meer gebeuren, Aurora. 'Ja — niet meer! O, berispend woord door de liefde gesproken, hoe veel liefelijker klinkt gij dan de lof van wie ons niet bemint. Neen, neen, ik kan mijn Proclus niet afstaan — zelfs voor heel mijn Florence niet. Daartoe is mijn leven te arm aan liefde.

Deze huichelende Judas, deze Wolff zal in zijne plaats gaan, hij, die ter eere van een dichtervorst zulk een koninklijk boek opstelt en er dan boven schrijft: „Dit is het huis van Niemand." Hij doet de breede Homerische verzen in een melk drijven, krachtig en zwaar, alsof Here's moederborst er de bron van ware, en terwijl zij, als echte godenkinderen, met hun spondaëische wondervolle lippen gretig den room van den blinkenden kant likken, verklaart hij, dat zij bastaarden zijn. Wolff is een atheïst, en is. zooals hij zegt, de Ilias door toevallige samenvoeging van oude zangen ontstaan, dan kan men omtrent het heelal tot dezelfde slotsom geraken.

Deze Wolff, die Platos... Ziedaar, nu nog de bovenste planken leeggeruimd en ik — ben bijna rijk; dat wil zeggen niet gedwongen te denken, dat ik te arm ben voor mijn doel. Morgen vertrek ik. Ik zal in Parijs blijven, totdat die goede Carrington dit alles heeft verkocht, met mijn uitgever over den prijs van mijn boek heeft onderhandeld, en mij de opbrengst van het een en ander heeft toege-