Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zwierf den ganschen dag rond, luisterend naar net rammelen van 's eersten Napoleon's gebeente, dat in zijn tweede graf door Victoriën wordt bewaakt onder den vergulden koepel, die zich boven Parijs als een waterbel boven het meer verheft. „Zullen deze verdorde beenderen leven?" vroeg Louis Philippe

^Jr*nZe'Ven Cn 'ee^e 'ang gen°eg om het te weten. W elk een onderwerp tot bespiegeling voor vorsten en staatslieden en meer nog voor dichters, die water scheppen uit dieper, rijker bronl

Zulke volle straten zijn zeer geschikt tot mijmeren en peinzen, voor wie ten minste op een goede dosis physieke kracht mag bogen. Onze schoonheidszin echter maakt ons teruggetrokken, afkeerig van het ruwe straatrumoer. Hij drijft ons naar buiten, om op de bonte weide de madeliefjes te tellen en in het heuvelland naar het murmelen der beken te luisteren, terwijl wij, in behaaglijke rust neergevlijd, in een dichterdroom de ons storende wereld daarbuiten vergeten en ons zeiven tot een menschelijke pop maken, waaruit misschien op zen best niets dan een bruine mot te voorschijn komt. Ik zou liever den moed willen hebben om den zwartsten kant der dingen onder de oogen te zien, ter wille van de Godheid, die ze schiep.

Het werk van zes dagen; de laatste tusschen morgenkrieken en avondrood het werk der vorige vijf tot volkomenheid brengend. Want op dien zesden daowerden uitspansel en aardkorst, licht en vuur, visch en vogel, roofdier en insect, door God in den mensch te zamen gevat; in dien microcosmos, quintessence van het geschapene, in wiens trillende neusgaten de Schepper ten laatste, ter voleindiging van Zijn werk Zijn adem blies, diep zuchtend als de overwinnaar in den wedloop bij het bereiken van den eindpaal.

Het menschelijke is groot. Noem het zwakheid

geen kracht, zoo gij liever de zilveren bronnen van den ouden Nijl opspoort, of op Thessalie's bergtoppen de maan in al haar lichtphasen waarneemt, dan uwe aan-

Sluiten