Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een rein hart om tegen te leunen, van den onbevlekten moedernaam, de dierbare, heilige nagedachtenis, waaraan hij zich kan vastklemmen, als aan een anker der hoop, wanneer hij in deze harde, booze wereld dreigt te gronde te gaan."

„O," zeide zij met een bitteren lach, „het kind zal er zooveel slechter niet bij varen, omdat hij vaderloos is. Wat baatte mij de mijne? Hij zal misschien zeggen, dat zijn moeder het droevigste schepsel op aarde was, zoo vreemd aan vreugde, dat zelfs de liefderijkste onder de vrouwen soms bijna wreed bij haar aanblik werd. Maar hij zal niet zeggen, dat zij met haar zonden God in het aangezicht is gevlogen. Mijn kind gestolen, mijn bloem, mijn eenige bloem op aarde, mijn lieveling, mijn beeldschoone lieveling!"., Zij greep haar jongske met beide handen en &brak onder hartstochtelijk snikken in een vloed van tranen los. Het kind zag het aan voor spel en trappelde met de voetjes en sloeg met de armpjes en kraaide en gierde van de pret.

„Mijn kind, mijn eigen kind," snikte zij, „Ik heb er recht op, zoo goed als de gelukkigste, de trotschste moeder op aarde, die haar trouwring neemt om er zijn tandje mee door het tandvleesch te boren. Spreekt zij van een wet, welnu, ik doe het ook! Ik eisch mijn moederrecht krachtens een wet, die heden ten dage zich boven elke andere doet gelden: de wet, waardoor armen en zwakken door de slechten vertrapt en daarna voor altijd door de goeden vervloekt worden. Genoeg. Ik heb niet gestolen — ik heb het kind gevonden."

„Gevonden, Marian?"

»Ja> gevonden, waar ik mijn vloek vond — in de goot, met mijn schande. Wat hebt gij allen, die gelukkig en veilig en hoog zijt gezeten en tot dusverre nooit mij mijn recht op smart en lijden hebt betwist, daartegen in te brengen? Wat? Een meisje, half vertrapt onder de hoeven van dolle stieren en geheel

Sluiten