Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„bij het hoofd, bij de lokken van mijn zoon, bij deze blauwe oogen, waarbij geen vrouw op aarde een meineed zou durven doen, zweer ik mijn moedereed, dat, toen ik dat Hart verliet, om het niet langer te bezwaren, het smart, niets dan smart was, wat het mijne verteerde. Geen reiner maagd dan ik was, deed ooit een stap, die tot rampzaliger uitkomst leidde. Geen gehuwde moeder kan met kuischer polsslag dan ik de dagen harer jonkheid herdenken. Zie, ik spreek op vasten toon. Indien ik loog, indien ik, door eigen duivelschen lust vervoerd, mij op dezen engel durfde beroepen, zou God in den Hemel mij door zijn donder niet doen verstommen ? En zie, ik spreek... Hij acht mij dus rein! Verleid, zegt gij? Verleiden wolven in Frankrijk een dolend hert? Wordt het lam verleid door den gier, die het met zijn klauwen grijpt en daarna aan stukken scheurt? Zoo ging het mij; ik werd niet verleid, maar vermoord."

Zij hield op met een zucht, de zucht der wanhoop die tot uitputting komt. Daarop liet zij den kleine uit haar armen op haar borst glijden, terwijl al 't licht uit haar gelaat verdween als dat van de toorts, die uitdooft in den val. Al dieper het hoofd buigend, zonk zij met haar kind op den rand van haar bed neer. Maar ik, beschaamd, gebroken, geen zweem van twijfel meer voedend, ik wierp mij hartstochtelijk bij haar neer en sloeg mijn armen om haar heen. „Marian," riep ik, onder een vloed van tranen haar oogen en lokken met kussen bedekkend, „liefste, heilige Marian, ik heb u onrecht gedaan, onrecht. Ik, ik maak uw eed tot den mijnen, hoe hardvochtig ook mijn lippen zijn: bij het kind, het kind, mijn Marian, zweer ik, dat zijn moeder onschuldig is voor mijn innigste overtuiging, zooals zij het is in het open Boek van Hem, die er op den oordeelsdag het vonnis uit velt. Onschuldig, mijn zuster. Hoe donker de nacht moge zijn, toch staat ergens de maan aan den hemel; even zeker zal uw blanke reinheid door de zwartste

Sluiten