is toegevoegd aan uw favorieten.

Aurora Leigh

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar hoop reeds nestjes was gaan bouwen. Haar hart werd onrustig, fladderde gejaagd heen en weer, gelijk vogels wanneer een storm in aantocht is, niet wetende wat haar zoo angstig te moede deed zijn.

„En de dame kwam weder", zei Marian, „en nogmaals weder, veel vaker dan mijnheer Leigh ooit vermoedde. Want zij verbood mij hem te zeggen, dat zij kwam; zij wilde, zeide zij, niet pronken met haar liefde voor mij, die goede Lady Waldemar! En met elk bezoek, dat zij bracht, werd alles klaarder — ook de smart... Wel, daar mocht men haar geen verwijt van maken. Zoo zou het immers ook zijn, als een engel neerdaalde, wiens reinheid ons van zonde overtuigde. En telkens, als zij kwam, leek zij schooner dan te voren en klonk haar stem nog meer als fluitspel tusschen het loover, totdat ik eindelijk, als eene, wier gemoed volschiet onder het luisteren naar gevoelvolle muziek, opeens in tranen uitbarstte en haar schreiend smeekte mij te raden. Had ik gedwaald met zoo overgelukkig te zijn? Wilde zij mij op den rechten weg brengen? — Want zij, die wijs was en goed en door haar geboorte op een hoogte stond, die ik nooit had beklommen, zij kon beoordeelen, of ik op die verhevenheid op mijn plaats zou zijn, of ik er zou kunnen tieren en of Romney Leigh zou kunnen teren op het schrale gras, dat ik hem zou te bieden hebben; daarbij geen honger zou lijden en kwijnen gaan? Zij sloot mij in haar armen en deed mij een oogenblik droomen, hoe zalig het moet zijn gelijk sommige meisjes een echte moeder te bezitten. Maar toen ik haar aanzag, waren hare trekken te jong — jeugd is te schitterend, om niet een weinig hard en koud te zijn, en schoonheid voelt zichzelf altijd te veel. Hoe vriendelijk Lady Waldemar ook was, toch deed zij mij pijn, pijn als de morgenzon, die op onze slapende oogleden valt en ons met hoofdpijn doet wakker worden.

„Helaas, het licht was weldra fel genoeg, om ook