Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voordeur uit, den bloemtuin door, der kinderen speelplaats langs, de groene laan ten einde — en laat het daar achter in den kuil, om te slapen en te rotten, wang aan wang met een, die sedert Vrijdag stinkt.

„Maar met uw ziel, half dood, half levend in het graf te gaan en te ontwaken, midden in verrotting te ontwaken, wang aan wang met een, die sedert Vrijdag stinkt... dat is afschuwelijk, afgrijselijk, Miss Leigh ! Voelt gij, verstaat gij mij? — neen, zie mij niet aan — begrijp niaar alleen. De lange, bange, droeve weg, die mij voerde — die mij avg-voerde, ziedaar al wat ik wist.. . Wat ging het mij aan of de vertrekkende boot naar Frankrijk of naar Sidney was bestemd; ze voer naar een ander land, dat was zeker. Eerst zeeziek tot flauw wordens toe, daarop de vreemde kust, het schandelijke huis, de nacht, het zwakke bloed, het doffe, door de smart versufte hoofd... wat behoefden zij mij nog hun verfoeilijken slaapdrank te brengen! En toch brachten zij hem ; de hel is zoo kwistig met duivelsgaven; het lust haar niet jacht op een arm, onnoozel wouddiertje te maken, zonder dat vijftig bloedroode kelen het met hun heeten adem besnuiven ... zooals de zijne mij... toen ik eindelijk tot mijzelve kwam — ik heb u reeds gezegd dat ik in het graf ontwaakte. Genoeg — genoeg! Ik weet het, wij rampzalige schepsels kunnen al het onrecht ons aangedaan niet mededeelen, zonder fatsoenlijke, gelukkige lieden een blos van schaamte naar het aangezicht te jagen. Wij moeten omzichtig, in bedekte termen, met halve woorden aanduiden, wat men zich niet ontzag ons ten volle te doen ondervinden. Laat het overige dan daar; alleen, hoor den eed, dien ik zweer bij dit slapende kind : 't was geweld, geen verleiding, die mij maakte tot wat ik ben — verloren als ... ik hem zeide, dat ik wezen zou. Hoe kunnen wij de val ontgaan, waarin onze eigen moeder ons lokken wilde ? Aan zulk een noodlot ontkomt men niet.

14

Sluiten