Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kalm zijn geworden. Ik ben blij, dat mijn boek u bevalt, en het spijt mij, dat ik op een verjaardag van tien jaar geleden terug ben gekomen. Dat moest een vrouw niet doen. 't Verbaast mij niet, dat gij het voor een uiting van gekrenkte ijdelheid houdt, die een stortvloed van verontschuldigingen noodig maakt."

„Denk wat ge wilt," sprak hij op droeven toon, „alleen dat niet, Aurora. Deze Italiaansche nacht is zachter dan een Engelsche dag. Men moet hierheen komen, als men ziek is, om in deze milde lucht gemakkelijk adem te halen. Zoo kom ook ik tot u — tot u, mijn Italië onder de vrouwen, om één enkele maal mijn ziel voor u lucht te geven. Dan ga ik heen, ver uit uw en aller menschen oog, ootmoedig als ik, God lof, ten laatste heb leeren zijn; mij stil in een hoek terugtrekkend, als een stout en huilend kind, dat straf heeft gekregen. Ik ben hier gekomen, lieve, om ..

„Verstandig en waardig van ons beiden te spreken, neef Leigh,"

„Ja waardig, Aurora, want ditmaal moet ik het uitspreken en belijden, dat ik, eens zoo niets ontziende in mijn aanmatiging, zoo absoluut in mijn dogmen, zoo hoogmoedig in mijn streven, zoo onstuimig in mijn hopen, dat ik, die de geheele wereld zich om hulp aan mij voelde vastklemmen, alsof er buiten mij geen man op aarde tot helpen in staat ware, geen vrouw of ik moest haar bij de hand vatten — thans mij zeiven ken voor wat ik op dien Junimorgen was. Arme heerlijke zomerdag, die mij zijn beste gaven — een vrouw en een bloem — wilde schenken, maar dien ik met domme, scherpe woorden in het aangezicht sloeg, tot hij zich tegen mij keerde en mij aanviel en verscheurde. Gij waart jong op dien geboortedag, mijn dichteres, maar uwe woorden waren waarheid, terwijl ik... de eene dwaasheid op de andere stapelde tot een muur, die het zonlicht en uw gelaat onderschepte. Uw gelaat! dat is het ergste."

Sluiten