Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een loodlijn, neergelaten uit den top van het hoofd, loopt dan door den hiel van den linker voet. De onderlijnen van den voet zijn dan gemakkelijk aan te geven.

Daarna zoeken we het midden van de figuur, dat door den grooten draaier gaat, en de twee lijnen, die de richting der schouders en van de middel aangeven. Deze lijnen geven de derde deelen aan van den afstand van den top van het hoofd tot uiteinde romp, dat even lager is dan het midden van de figuur (= 4 hoofdlengten).

De lengte van het been wordt afgemeten van de plaats waar het dijbeenshoofd in de heupkom past. tot den grond; het midden hiervan is de grens tusschen dij en scheenbeen en einde knieschijf.

Na de horizontale lijnen aangegeven te hebben, bepalen we of wel zooveel mogelijk gelijktijdig, de verticale lijnen, die bij een staand figuur voornamelijk den stand aangeven.

We teekenen nu achtereenvolgens in eenvoudige lijnen het hoofd, de schouders, de middel, de lijn tusschen de dijen, waarvan het bovenste punt onder den top van het hoofd valt en eenigszins schuin naar links loopt tot het midden der knieschijf; dan de hals- en schouderlijnen, de borstlijn, de heuplijn en de buiten-dij lijnen, waarvan de rechter een gebogen lijn vormt en de linker op de hoogte van den grooten draaier een hoek; ver-

Sluiten