Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Door de grootere ruimte tussehen borstkas en opperarmbeen is in de vrouw. fig. tussehen borst en schouder een holte zichtbaar; deze ruimte wordt aangevuld door een dikke plooi tussehen borst en oksel.

Het vrouw, borstbeen is naar proportie korter dan het mann.. het halskuiltje (gevormd dooide bovenlijn van het handvat en de sleutelbeenuiteinden); de sleutelbeenderen en de vooreinden van het eerste ribbenpaar zijn lager gelegen, omdat de achteruiteinden op dezelfde hoogte gelegen zijn als bij de mann. fig. Het gevolg hiervan is dat vanaf de hellende lijn van de monnikskapspier een zacht glooiend vlak gevormd wordt langs den onder¬

kant van den nek: de loop van dit vlak wordt door het sleutelbeen eenigszins verbroken, en zet zich op dezelfde wijze voort over den boezem.

Bij de mann. fig. is genoemd vlak door het sleutelbeen sterk begrensd, omdat zijn stand hooger is; zoo ontstaan twee vlakken, een neken borstgedeelte,

De holte, die den afstand weergeeft tussehen het hoofd van het opperarmbeen en de borstkas, scheidt den boezem en de borst van den schouder en de monnikkapspier.

Fig. 39.

Sluiten