Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan het eerste kootje; aan het tweede en derde kootje een weinig gebogen, waarvan het raidden even ingedrukt is.

De plooien aan de onderzijde van den vinger komen niet overeen met de gewrichten. De twee plooien komen beide onder het tweede kootje en verlengen daardoor de onderzijde van het eerste en laatste kootje.

De onderzijde der vingers is plat, aan de twee laatste kootjes evenwel ronder. De vingers zijn vierkant in doorsnede en aan de toppen afgeplat, fig. 54 (14).

Aan de binnenzijde van den vinger loopt van zijn oorsprong een driehoekige massa naar het eerste gewricht, eenigszins hol en gekronkeld in het midden (C). Van het eerste gewricht loopt een gelijke massa, die spoedig in de ronde massa overgaat. Vanaf het tweede gewricht begint de achterzijde plat, overgaande in twee opvolgende ronde vormen. Bij den gebogen vinger fig. 55 F, is de driehoekige massa sterker uitgedrukt: er ontstaat dan een plooi aan beide zijden: dit is ook bij den vinger van terzijde op te merken; de grenslijn van de driehoekige massa is dan een zacht golvende lijn.

De pezen van den algenieenen vingerstrekker zijn aan de rugzijde te zien, zij gaan over de knokkels en verliezen zich in de huid van het eerste kootje. Zij vervolgen zich evenwel tot het derde, en splitsen zich als zij aan het eerste

Sluiten