Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door fig. 4 aangegevene meer en meer uit de mode raakt. De ballen worden op die punten gesteld, wier mathematische ligging door een blik op de teekening duidelijk wordt. Op het billard zijn ze gewoonlijk door opgeplakte, cirkelvormige papiertjes aangegeven. Als speelballen komen de bovenste en onderste in aanmerking, nooit die in het middelpunt van het billard. In deze stelling wordt de carambol het eenvoudigst en zekerst gemaakt, indien men de speelbal links hoog stoot en halfvol treft. De ballen volgen dan den door fig. 5 aangegeven weg. Men oefene zich ook, bal 2 links met rechts effect te treffen, en ook een carambol te maken met gebruikmaking van den op 3 staanden bal als speelbal.

DE NALOOPER.

De nalooper wordt aangewend in stellingen, zooals fig, 6 ze laat zien. De ballen vormen in fig. 6a een stomphoekigen driehoek, zoodat een snijden van den tweeden ba! geen carambol kan veroorzaken. Het is evenwel wel mogelijk de bal, die het dichtst bij den speelbal staat, zoo te treffen, dat hij de speelbal den weg naar den 3en bal vrij maakt, terwijl hij dezen voorbijgaat.

De speelbal wordt hoog en iets op zij gestooten en 2 vol of bijna vol met geringe afwijking naar den 3en bal getroffen. Zooals fig. 2 reeds liet zien, wordt in dit geval bal 2 in de omgekeerde richting afgestooten (overbrengen van het effect) en 1

Sluiten