Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. De eerste les voor het waarnemen van a in „/Ibel" en o in „open" moest voorafgegaan worden door eene kleine repetitie van woordschrift, als (bel)(la), (hek)(tor), (schel)(pen), enz. om het kind weer aan de teekeningen voor de klanken bel en pen te herinneren. Daarna ging het tamelijk vlot met A'bel), Q(pen) en lE(mand), in drie lessen n.1. En daar ik nog een OE(ster) moest laten koopen, begon ik vast met de overeenkomst.

Vooraf evenwel nog (Bel)A, (Bcl)O, want A(dam) wilde niet lukken; mijne jonge stadsjeugd kende nog geen „dam".

Maar nu de overeenkomst:

Klassikaal: Wat hoor je in „maan" ie of aa enz. De halve klasse antwoordde goed; de andere helft hield den mond.

Toen de prentjes, en hier en daar eene vraag hoofdelijk.

Waar hoor je een ie in.... in room of riem:

»In room".

„Zoo, hoor je een ie in room?" enz. enz.

Het kind knikte met het hoofd.

Als het hooren van de overeenkomst mislukt, dan staat men vrijwel machteloos.

„Dan is de vergelijkingsklinker niet scherp waargenomen r"

Sluiten