Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13- Zet naast de woorden, hoe gij met den mond doet.

14. In welke woorden hoort gij <w? Zet die er naast.

I11 welke „öö"? Zet die er naast.

prentje ^ ^ van aaj ^ van den aap

dito van ~2> — OO

oop(a) en oom ® OO

dito van « * dito van _ -v *•

aap ^ AA ma

15. ('t Verschil moet spreken).

Zeg „aap" en „aal"....

Welk van beide woorden kunt gij heelemaal hardop zeggen ? (herhalen .... aap .... aal). Bij welk van beide moet gij fluisteren?

16. „Zeg aap en com"....

(als 15).

17. „Zeg aap en moe".. ..

(als 15).

18. (aap en aal). De teekens aanwijzen. Wat beteekent dit Wat beteekent dat ?

Sluiten