Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26. Zoek het gebrom van „aal" op in de volgende woordjes en zet het teeken naast uwe teekening.

Voorbeeld:

la L

paal pijl en boog mes bal

boek lamp bel kom vijl

27. Het gebrom van voom" op te zoeken in de volgende woordjes. Zet het teeken er naast.

Voorbeeld:

mes M

kam, raam, kom, geit,

mof, been, mom, stoel,

ham, pijp-

RAADSELTJE.

I.

Twee spiegeltjes kwamen

Op mij aan;

Zij bleven eens even Bij mij staan:

II. enz. (zie pag. 34).

Sluiten