Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Poes olpenlt een | oogje. |

Poes kom t niet.

Toos roe pt den hond.

Pst, pst!

Polio kom t.

Een snoes, mijn hond.

AA en A.

. .. De jongen haalt Een jongen zit 0p, een aal aan te hengelen ^ den haak

1. Gebruik van 't woord (vertelling).

2. Teekening op de lei.

3. Schrijf naast de woorden aal en al, hoe je met den mond doet (spraakgevoel).

4. In aal hoor je aa, maar wat hoor je in

5. Aanwijzen van de teekens van het spraakgevoel, en zeggen waar de klanken moeten staan.

AA L

het 2e prentje ^ L A, a.

^

6. Opgave. Zoek de woordjes, waarin gij de a hoort van Bal" en zet het teeken er naast.

Sluiten