Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Hoort gij verschil tusschen aar en uur.

5. Wijs aan waar de uu moet staan.

6. Het teeken:

bovenstaande EE N uu RUU , uu, uu. teekening ^

7. Opgave. Zoek de ku van uur op in de volgende woordjes en zet het teeken naast uwe teekening.

Voorbeeld:

stuur van

•• • 1 uu een rijwiel

deur muur IIII vuur

hamer zuur augurken in een flesch

U = u.

Klankdictee en lezen.

Een rij wiel.

Rij maar.

Zitten.

Sturen.

Pieter leert pas rijden.

Turel de hond loopt mee.

Sluiten