Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE MUSCH EN DE SPREEUW.

Het was in Maart al zoel en zacht, Er lag geen ijs in sloot of gracht. En veld en wei zag groen van gras Men dacht haast, dat de Mei er was.

Maar o, nu werd het guur en koud, De sneeuw stoof neer op veld en woud. Het land lag wit en dicht de sloot, En al wat vliegt, zat weer in nood.

Daar zat een spreeuw al op een tak, En zocht een worm, een rups of slak. Dat zag een Musch. enz. enz.

(Zie het leesboek.)

Sluiten