Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Paren: aap en aal; OOp(a) en oom; ma en aap.

! Beteekenis van het woord. De kinderen zijn al haast gewoon geworden, dat elke les met een kleine vertelling begint, en waarom ook met. 't Gaat daarmee als met een voorspel; somtijds is er phantasie, dan weer niet.

't Was op een morgen een uur of acht, toen Jan en Piet uit den tuin kwamen, waar zij met hun aapje hadden gespeeld. Zij gingen naar binnen om te ontbijten en dan moesten ze naar school.

De bel ging, en moeder zei: „Daar is ïeman

aan de deur".

Ja, moeder, Abel, de melkboer" riep Piet, ,ik

heb hem al gezien".

Mama belde en de meid kwam.

„Zeg tegen den melkboer, dat hij het emmertje

van gisteren meeneemt'.

Hij doet het al, mevrouw".

De melkboer had de klompen uitgetrokken en wandelde op de kousen naar de keuken, maar het emmertje zag hij buiten omgekeerd aan een spijker hangen en toen hij de tuindeur open deed, en open Het staan, bemerkte hij niet, dat het aapje er doorheen sprong, de gang in en naar buiten, waar een emmer met melk stond nog met het deksel er half afgeschoven.

Sluiten