Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Salto mortale. Toen 7.ci pa: .Jan, je moogt ook meedoen, — en als jelui het beiden weet, mag je moeder om een koekje vragen; wat zeg je daarvan".

Jan dacht bij zich zeiven, „ik kan al lezen, — dat zal wel gemakkelijk gaan".

Pa. Fluister eens de woordjes aap en aal?

Beide jongens deden dat.

Pa. Zeg ze nu eens hardop.

Beide jongens deden dat.

Pa. En toch kan je een van beide woordjes niet heelemaal hardop zeggen!

Piet. Bij een van beide moet ik wat fluisteren.

Pa. Welk van beide kunt gij hardop zeggen, en bij Ze' elk van beide moet gij wat fluisteren?

Onderw. Kinderen, nu gij; doch gij moet het mij één voor één komen vertellen. Maak intusschen allen eene teekening van oopfa) en oom, en ook eene van ma en aap.

Opm. Bij deze salto mortale zal de onderw. wel de hulp noodig hebben van den hoofdonderwijzer en misschien nog van een derde; want hier is hoofdelijk onderwijs ten eenen male noodzakelijk; wij helpen de kweekelingen.

Niet alleen moet de vraag beantwoord worden voor aap en aal, ook voor oop(a) en oom, ma en aap.

Sluiten