Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Clyde gelegen. Hier vond hij werk aan de groote katoenfabriek van Monteith en C°. De vermaning van den ongenoemden voorvader, op diens sterfbed gegeven, moet hem tot in hart en nieren zijn doorgedrongen; hij was een zeer godvreezend man en tevens van zulk een onkreukbare eerlijkheid, dat de firma hem weldra een grooten post van vertrouwen opdroeg. Hij werd namelijk gebezigd om op gezette tijden groote sommen gelds van Glasgow naar de fabriek over te brengen. Dat hij deze taak jaren lang tot groote tevredenheid van zijn patroons verrichtte, blijkt wel hieruit dat hij op zijn ouden dag een behoorlijk pensioen kreeg en, toen hij krukkend werd, op zijn gemak een welverdiende rust kon genieten. De andere verwanten van Livingstone schijnen omstreeks dienzelfden tijd ook het eiland verlaten en zich in Canada, op het Prins Ed wards-eiland en in de Vereenigde Staten gevestigd te hebben. Toen David in 1864 op het jacht van een zijner vrienden voor den eersten en eenigen keer UI va bezocht, het eiland waar zijn voorgeslacht geboren was en geleefd had, kon hij weinig of niets meer van bloedverwanten aldaar ontdekken.

Livingstone's grootvader had verscheidene zoons die al spoedig een plaats als klerk op het kantoor der firma vonden. Zij hadden de beste opvoeding gehad, welke er maar op de Hebriden te verkrijgen was. Doch tijdens den oorlog met Frankrijk, in het begin der 19° eeuw, gingen allen op één na als soldaat of matroos in 's Konings dienst. De oude

Sluiten