Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

leven diaken aan een onafhankelijke kerk te Hamilton. David zegt van hem: „Ofschoon mijn vader te nauwgezet van geweten was om ooit als theekoopman in het klein rijk te worden, wist hij door zijn vriendelijkheid en innemende manieren tóch te maken dat zijn kinderen hem zóó hartelijk liefhadden, als ware hij in het bezit geweest van al wat de wereld kan bieden en hij dit alles aan hen had kunnen besteden." Hij was hun voortdurend een voorbeeld van vastheid van karakter en van echte vroomheid. Een groote slag was het voor den zoon — die later in handel en wandel een treffende gelijkenis met dezen vader toonde, wat beslistheid en vroomheid betreft — toen hij in Februari 1856, op weg naar huis van zijn eerste groote reis, onderweg het bericht van zijns vaders dood moest vernemen, terwijl hij er zóó naar verlangd had weer eens gezellig in het vriendelijk te-huis in zijn gewone hoekje bij het vuur te zitten en dan aan vader van zijn reizen te vertellen. Men kan dan ook veilig aannemen dat het uit den grond van zijn hart opwelde, toen hij in zijn dagboek slechts de eenvoudige woorden neerschreef: „Ik houd zijn nagedachtenis in hooge eere." Daarmede was alles gezegd.

Neil Livingstone was gehuwd met Agnes Hunter, welke behoorde tot een familie uit denzelfden stand en even achtenswaardig als de zijne. Haar grootvader, Gravin Hunter, uit den omtrek van Shotts, was een manhaftig Covenanter, d. i. een mede onder-

Sluiten