Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rechte, hartelijke vriendschap." Livingstone's familie was gewoon van beiden te spreken als van „David en Jonathan." Aan een brief van dezen Moore kunnen wij een en ander ontleenen dat slaat op d i t tijdperk van Livingstone's leven. Zij kwamen denzelfden Zaterdag op dezelfde plaats aan, de een uit Schotland, de ander uit het Zuiden van Engeland, om door de zendingscommissie geëxamineerd te worden. Den volgenden dag, Zondag, maakten zij nader kennis met elkander en gingen zij te zamen „kerken" en Londen bekijken, 's Maandags had het eerste gedeelte van het examen plaats, 's Dinsdags bezochten zij beiden de Westminster Abdij. Moore zegt: „Wie, die deze twee jongelieden daar had zien loopen van den eenen gedenksteen naar den anderen, zou hebben kunnen voorspellen dat één van hen nog eens in dit gewijde doodenhuis zou worden bijgezet onder de klaagtonen van een volk, ja van de geheele beschaafde wereld? De weelderigste fantasie zou zich niet hebben kunnen uitbeelden dat voor David Livingstone zulk een eer zou zijn weggelegd!" Na het tweede examen te hebben afgelegd werden beiden door het Genootschap in zóóverre aangenomen, dat zij eerst nog, op drie maanden proef, naar D8. Richard Cecil te Chipping Ongar in Essex gezonden zouden worden. Dit geschiedde meestal met de jongelieden die zich voor de zending aanboden. Viel diens oordeel gunstig uit, dan werden zij toegelaten tot de colleges in Londen. Zij woonden bij Ds. Cecil niet aan huis doch op kamers; wel aten zij bij hem

Sluiten